Een Bergkachel is geen stalen of gietijzeren houtkachel en moet anders gestookt worden. Bij een ijzeren kachel komt de warmte rechtstreeks van het vuur. Is het vuur uit dan is de haard snel koud. Een bergkachel zal met een stevige stook de warmte opslaan in de massa en gedurende lange tijd uitstralen. Dit geeft een veel hoger rendement en een schonere verbranding. Belangrijk is dat hout alleen milieuvriendelijk, roetvrij en efficiënt verbrandt bij een hoge temperatuur. De kachel moet zo worden gestookt dat het hout in ongeveer 90 minuten is opgebrand. Het schoonst en met het hoogste rendement brandt de kachel als zij gestookt wordt met de techniek van het zogenaamde 'omgekeerd stoken'. Stapel de vuurkamer helemaal vol met hout, dikkere stukken onderop en dunner hout daarboven. Stapel het hout zo op dat er een toren ontstaat welke los staat van de wanden. Bovenop de stapel komt wat aanmaakhout. Zet de asla op een kleine kier, 8 a 10 mm, open en steek de kachel aan bijvoorbeeld met een aanmaakblokje. Het vuur zal dan rustig naar onderen door gaan branden. Het is belangrijk de asla in de juiste stand open te zetten. Als het vuur helemaal uit is en
niet meer nagloeit, dan moet de asla worden gesloten. Ook de klep in de schoorsteenpijp kan gesloten worden. Er ontsnapt geen warmte meer de schoorsteen in door de trek. De warmte wordt alleen nog uitgestraald.
| |